Frans van Heijningen, rector particuliere school Instituut Blankestijn

Frans van Heijningen, rector particuliere school Instituut Blankestijn

Ad Blankestijn richtte in 1965, in het hart van Utrecht, Instituut Blankestijn op. Deze oudste particuliere school van Nederland is intussen uitgegroeid tot een minischolengemeenschap met een basisschool en volledige opleidingen voor mavo, havo en vwo. Dit jaar bestaat de school 50 jaar; een goede reden voor een interview met de rector van de particuliere school, Frans van Heijningen.

Waarin onderscheidt Instituut Blankestijn zich van andere particuliere scholen?

‘Twee jaar in één – dat systeem is door onze oprichter Ad Blankestijn in Nederland geïntroduceerd. Intussen bieden meer scholen deze mogelijkheid, maar ons Instituut heeft daarin de meeste ervaring en intussen hebben we dat systeem ook verfijnd. Vóór alles bieden we maatwerk. We kijken naar wat de leerling nodig heeft en wat de wensen zijn van ouders en leerling. Daarop stellen we het lesprogramma af. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat een leerling voor een aantal vakken het versnelde traject kiest en voor de rest van de vakken het reguliere tempo aanhoudt. Leerlingen die uitblinken in een vak kunnen in een voorexamenjaar voor dat vak examen doen.’

Hoe zou u de sfeer op Blankestijn beschrijven?

‘Goed dat u daarnaar vraagt. Een goede sfeer is namelijk niet een extraatje, maar een voorwaarde. Een leerling zal alleen goed presteren als hij lekker in zijn vel zit. Dat wil zeggen dat elke leerling elk uur gezien en erkend moet worden. Voortdurend moet er aandacht zijn. Dat heeft tot gevolg dat de sfeer goed is en dan kan er ook maximaal gewerkt worden. Tussen de leerlingen die we binnenkrijgen, zitten er van tijd ook die minder prettige ervaringen hebben opgedaan op een voorgaande school. Ook die leerlingen moeten na verloop van tijd aan het begin van de dag glimlachend het Instituut binnenkomen en aan het eind van de dag de school vermoeid, maar net zo goed gemutst, verlaten.

Ook voor de docenten is de sfeer belangrijk. Ze gaan echt als een team te werk, willen elkaar ondersteunen en aanvullen. Als iedereen voor iedereen klaarstaat, komt dat de sfeer ten goede, waardoor ook de docenten optimaal kunnen presteren.’

Wat is de werkwijze van Instituut Blankestijn?

‘Aan een sterrenkok zul je nooit het hele recept kunnen ontfutselen. Er is zoiets als Het Geheim van Blankestijn – het geheel van omgang met leerlingen, aanpak van de lesstof en organisatie van het onderwijs, dat door het gehele Instituut gedragen en uitgedragen wordt, zonder dat we dat benoemen. Maar ik kan wel ingrediënten van ons basisrecept prijsgeven: hardnekkig overhoren, duidelijke instructie en uren maken: de schooldag duurt van 9 tot 5. Veel inspanning, zowel van leerling als van docent, maar in een ontspannen sfeer.’

Wat is het profiel van de docent op Instituut Blankestijn?

‘Een docent moet in de eerste plaats een kei zijn op zijn vakgebied. Wat de stof betreft, moet hij ver boven de leerlingen staan. Dat geeft hem gezag. Leerlingen zien in de man of de vrouw voor de klas een expert aan wie ze alles kunnen vragen. Maar dat is niet genoeg. Een docent moet hart voor het onderwijs en dus hart voor de leerling hebben. Hij moet gedreven zijn om het maximale uit zijn leerlingen te halen.’

Voor welke leerlingen is Instituut Blankestijn bedoeld?

‘Grofweg gezegd kunnen we de leerlingen in vier groepen verdelen. Allereerst de opklimmers, of de stapelaars. Dat zijn leerlingen die een hogere opleiding gaan doen dan ze op hun voorgaande school deden. Ook binnen Blankestijn stromen die vaak nog door naar de naasthogere opleiding. Verder hebben we de goedmakers, leerlingen die om wat voor reden dan ook een jaar achtergeraakt zijn op het oorspronkelijke traject. De achterstand die ze opgelopen hebben, werken ze weg op Blankestijn. Er zijn ook leerlingen die het in een vorig jaar net niet gered hebben en nog een of meer certificaten gaan halen om een compleet diploma binnen te halen. De derde groep bestaat uit de sprinters: de leerlingen die zo snel mogelijk het diploma willen halen. Zij doen twee jaar in één, voor het hele pakket of voor een aantal vakken. De laatste groep is onze topklas, het Blankestijn Junior College. Die bestaat uit uitblinkers, die echt hoge cijfers willen halen, bijvoorbeeld om decentrale selectie of loting voor te zijn of om op de goede vervolgschool in Nederland of in het buitenland terecht te kunnen.

Natuurlijk zijn niet alle leerlingen op die manier in te delen. Zo zijn er ook leerlingen die op hoog niveau sporten en die naar Blankestijn komen omdat daar de roosters flexibel zijn: wij bouwen een rooster om de tijden heen waarop zij sportverplichtingen hebben.’

Hebt u de mentaliteit van de leerlingen in de loop van de jaren zien veranderen? Er wordt tegenwoordig wel gesproken van een zesjescultuur.

‘De mentaliteit is wel veranderd, maar juist ten goede. Door de verscherpte exameneisen en de eisen van het vervolgonderwijs is een leerling wel gedwongen tot maximale inzet. Het gros van de leerlingen kan die inzet prima opbrengen. Ter voorbereiding van de examens geven onze docenten examentraining. Ja, ook op zaterdagen en op feestdagen. Die trainingen zijn niet verplicht, maar de leerlingen komen wel. Dat tekent hun mentaliteit.’

Hoe ziet u de toekomst van het particuliere onderwijs?

‘Op allerlei terreinen zie je dat alles gepersonaliseerd wordt. Mensen kiezen persoonlijke instellingen op de apparatuur waarmee ze werken, kijken tv-programma’s op het moment dat het hun uitkomt, kiezen de vorm van zorgverzekering die bij hen past. In zo’n maatschappij zal er steeds meer vraag komen naar onderwijs op maat, onderwijs dat tegemoetkomt aan de wensen van de leerling en zijn ouders, particulier onderwijs dus. Natuurlijk zijn er in het reguliere onderwijs ook aanpassingen in die richting, maar hoe flexibel kun je zijn met een klas van dertig leerlingen? Een klas van zes, zeven of acht leerlingen zal het daar altijd van winnen.’

Share →