COVID-19-monitor Inspectie van het Onderwijs, ronde 3

Verslag van de deelname van niet-bekostigde instellingen in de mbo-sector op basis van de vraag: Hoe hebben deze scholen en instellingen het onderwijs vormgegeven in de periode vanaf het ingaan van de eerste COVID-19-maatregelen in maart 2020?

Omdat in het mbo-onderwijs niet-bekostigde instellingen (‘nbi’s’) een belangrijk deel van de opleidingen uitvoeren, zijn deze instellingen in deze derde ronde ook bevraagd. Dit om voor het mbo-onderwijs het beeld compleet te maken. Tussen 28 september en 9 oktober interviewden inspecteurs de bestuurder/directeur van 30 niet-bekostigde mbo- instellingen (nbi). Telefonisch of via videoverbinding gingen zij in gesprek over de periode vanaf de eerste COVID-19-maatregelen in maart 2020 tot op heden. 

Deze nbi’s zijn geselecteerd uit 120 niet-bekostigde instellingen. Hierbij is onder meer gekeken naar domein, landelijke spreiding en omvang, opdat we een zo breed mogelijk beeld kunnen geven. De interviewvragen zijn qua categorieën bijna identiek aan de vragenlijst voor de bekostigde instellingen. Verschillen in de vragen zijn het gevolg van het feit dat nbi’s in de eerste twee rondes van de COVID-19-monitor niet bevraagd zijn (de onderzochte periode is dus langer) of houden verband met het specifieke karakter van nbi’s.

De meeste instellingen varen goed, maar grote uitdagingen liggen er voor een kleiner deel van de instellingen:

  • Ruim de helft van de instellingen (n=18) maakte het naar eigen zeggen goed, met ruim een kwart (n=8) ging het redelijk goed en een minderheid (n=4) had het moeilijk.
  • Daar waar het (redelijk) goed ging, hebben de nbi’s de logistiek van het onderwijs goed kunnen organiseren, zeker in de kleine instellingen, al was het soms passen en meten. Maar ook de overgang van fysiek naar digitaal onderwijs verliep, daar waar nodig, goed.
  • De instellingen met wie het minder goed ging, hadden vooral te maken met stilgelegde (bbl-)opleidingen of opleidingen die niet konden starten. Soms leidde dit tot het beëindigen van contracten of het verleggen van werkzaamheden naar andere sectoren.

Algemene conclusie uit het rapport

Het landschap van de niet-bekostigde instellingen in het mbo is sterk gedifferentieerd naar aantal studenten en opleidingen, doelgroep, branche en regio. Deze differentiatie zagen we ook terug in ons onderzoek naar de effecten van de COVID-19-crisis op de niet-bekostigde instellingen.

Ongeveer de helft van de instellingen maakte het goed. Voor hen waren de uitdagingen in de afgelopen periode te overzien, bijvoorbeeld omdat zij opleiden voor een branche die minder geraakt is door de COVID-19-crisis. Ook kan het zijn dat hun onderwijs al plaats- of tijdonafhankelijk georganiseerd was. Soms ook konden zij snel inspelen op gewijzigde omstandigheden, bijvoorbeeld door hun beperkte omvang of een voortvarende aanpak.

Voor andere instellingen waren de uitdagingen groter. De omschakeling naar online onderwijs, het grotere beroep dat studenten deden op de begeleidingscapaciteit van hun docenten, de voldoende beschikbaarheid van bpv-plekken en logistieke uitdagingen op locatie vergden veel van de organisatie. De werkdruk van de medewerkers was voor deze instellingen een zorg.Er waren ook zorgen voor de toekomst. Wat zijn de consequenties van deze periode voor de continuïteit van het onderwijs van de onderneming?

Enkele instellingen zagen verworvenheden uit deze periode als kans voor de toekomst. Ze zetten in op innovaties zoals de (verdere) digitalisering van de lessen, een meer individuele benadering van studenten en simulatie van de beroepspraktijk.

Nadere informatie over het onderzoek

Het volledige rapport van 15 bladzijden (d.d. 24 november 2020) is als PDF-document op te vragen bij de Inspectie van het Onderwijs via de link: Covid-19 monitor van de Inspectie.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top