De regelgeving rond de beheersing van het coronavirus heeft ook gevolgen voor het particulier middelbaar beroepsonderwijs, met name ook voor particuliere vakinstellingen die een gespecialiseerd aanbod hebben. Deze particuliere vakinstellingen hebben er alle belang bij om zich als middelbaar beroepsonderwijs te presenteren, zodat zij mee kunnen in de regelgeving voor het mbo.

De vraag is in hoeverre deze presentatie van specifieke vakinstellingen als particulier middelbaar beroepsonderwijs is toegestaan. Centraal punt is de erkenning van een particuliere vakinstelling of  een particuliere mbo-instelling. Officiële erkenning door de overheid is van belang voor studenten om recht te hebben op studiefinanciering via de DUO. Deze studiefinanciering kan een reden zijn voor studenten om de vakopleiding te kiezen, maar gezien de hoge collegegelden voor sommige particuliere opleidingen is dat niet altijd van groot belang.

De dienst Inspectie van het Onderwijs heeft op 20 november 2020 een verslag uitgebracht van een onderzoek hoe scholen en instellingen voor niet-bekostigd middelbaar beroepsonderwijs hun onderwijs vorm hebben gegeven. Deze “COVID-19-monitor Inspectie van het Onderwijs, ronde 3, betreffende de 1e deelname van niet-bekostigde instellingen in de mbo-sector” geeft aan dat er 120 niet-bekostigde instellingen (nbi’s) door de overheid zijn erkend, waarvan 30 niet-bekostigde instellingen in de monitor zijn onderzocht.

Om voor erkenning in aanmerking te komen moet een niet-bekostigde instelling die middelbaar beroepsonderwijs verzorgt voldoen aan de eisen van het CREBO. CREBO staat voor Centraal Register Beroepsopleidingen. Alle kwalificaties die door de minister van OCW worden vastgesteld krijgen een crebonummer. Sterk gewijzigde kwalificaties krijgen een nieuw crebonummer. Scholen gebruiken deze codes voor hun administratie.

Uit de monitor blijkt dat veel niet-bekostigde erkende particuliere vakinstellingen en particuliere mbo’s goed functioneerden tijdens de corona-beperkingen, ook al zijn deze opleidingen sterk gedifferentieerd naar doelgroep, regio, branche en aantal studenten. Dat succes hangt mede af van de sector waarin de particuliere vakinstellingen en particuliere mbo’s actief zijn. Als de beroepssector in lock-down was, dan was het aantal stageplekken beperkt en moeilijk inzetbaar. 

De inspectie van het onderwijs heeft een groot aantal richtlijnen voor deze groep van niet-bekostigde, maar wel erkende vakinstellingen. Maar er is vrijheid van onderwijs en dus zijn er ook particuliere vakinstellingen of mbo-instellingen die wel samenwerken met de beroepspraktijk, maar geen officiële erkenning hebben aangevraagd of waarvoor geen CREBO-regeling bestaat. De diploma’s of certificaten zijn dan geldig op basis van onderlinge afspraken en vertrouwen .

Voor deze niet-bekostigde particuliere vakinstellingen zonder officiële erkenning, kan de publieke beeldvorming een belangrijke rol spelen. Zij willen als niet-bekostigde particuliere mbo in beeld komen, zodat zij bijeenkomsten met hun studenten kunnen verzorgen conform de richtlijnen voor de niet-bekostigde, maar wel erkende vakinstellingen en mbo-instellingen. 

Dat is niet alleen van belang voor hun studenten, maar ook voor het economische belang van de vakinstellingen zelf. Zij zijn geheel afhankelijk van de bijdrage van studenten, omdat zij als niet-bekostigde instelling zelf voor hun inkomsten moeten zorgen. Daarom schuiven zij op in hun presentatie naar het publiek van particuliere vakinstelling naar particuliere mbo-instelling.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top